Frankrijk deel 2
Canal de l'Oise à l'Aisne
Vlak na Chauny buigen we af naar het Canal de l'Oise à l'Aisne. We picknicken bij een mooie aanlegplaats in l'Avaloire en kiezen een plaatsje voor de nacht bij Pinon. Daar is een prachtige aanlegplaats gemaakt, maar de plaatselijke jeugd heeft de picknicktafels als hangplek uitgekozen dus we houden wijselijk maar een beetje afstand en kiezen een ligplaats schuin aan de overkant. Pal naast de brug blijkt er een grote Carrefour-supermarkt te zijn dus we hoeven maar een paar stappen te lopen om van alles weer voorraden in te slaan. Voor de volgende dag is zonnig en warm weer voorspeld. We varen naar Pargny-Filain. Direct na de sluis is een aanlegsteiger. Die blijkt vol te liggen maar we kunnen afmeren naast een verlaten kruiser. Aan de overkant van de brug ligt het Lac de Monampteuil: een schitterend aangelegd recreatiepark met een groot strand. We lopen erheen en gaan heerlijk zwemmen en zonnebaden. 's Ochtends gaan we door de 2 kilometer lange tunnel van Braye, waar een enorme afzuiginstallatie de dieseldampen uit de tunnel moet afvoeren als er veel (grote) schepen achter elkaar passeren. Daarna zakken we via een aantal sluisjes af naar Bourg-et-Comin, passeren het aquaduct over de Aisne en gaan bij het gehucht Maizy voor de wal. Het is dan inmiddels bloedheet. Een passerend dametje weet ons te vertellen dat er in het dorp aan de overkant, Beaurieux, allemaal winkels zijn. Na 3 uur besluiten we de hitte te trotseren en erheen te lopen, want het zou volgens haar na de brug nog maar een kilometer zijn. Jaja. Om bij de brug te komen en die te passeren zijn we al een kilometer verder. Dan is het inderdaad ongeveer een een kilometer naar het plaatsnaambord Beaurieux, maar voordat de winkels beginnen is het nóg eens twee kilometer lopen en wel vrij steil bergopwaarts! De thermometer wijst inmiddels 43 graden celcius aan. Dit trekken we echt niet. Gelukkig is er een café restaurant dat ook nog airco blijkt te hebben. We laven ons aan ijskoude Orangina en worden de nieuwe beste vrienden van de herbergier. Zonder boodschappen keren we terug naar de boot en gaan heerlijk zwemmen in de Aisne. Brood kunnen we de volgende ochtend halen in Maizy.
Canal des Ardennes
Het blijft nog even heet. Op het water is het gelukkig goed uit te houden en we varen met een sukkelgangetje (je mag hier maar 6 km/uur en er zijn de nodige sluizen) naar Berry-au-Bac. Dat is een bemande sluis waar we onze afstandsbediening voor de automatische sluizen die we tot nu hebben gehad, moeten inleveren. De sluiswachtster vertelt dat voor die avond zwaar onweer is voorspeld. We meren af aan de kade bij Guignicourt waar we boodschappen kunnen doen bij een Carrefour (en Bouke aan een Franse dame de weg vraagt!) Het onweer barst om 9 uur los en gaat gepaard met loeiharde windstoten en een gigantische wolkbreuk. Als we de volgende ochtend verder varen, blijken er tientallen bomen ontworteld te zijn en enkele daarvan zijn dwars over het kanaal gevallen. Het lukt ons nét om er langs te manoeuvreren. Bij de sluis van Vieux-les-Asfeld hebben we drie kwartier oponthoud omdat de deuren niet werken. De VNF dus maar gebeld en 20 minuten later is er al een mannetje die ervoor zorgt dat we even later de sluis toch kunnen passeren. In Asfeld stoppen we om te picknicken en aan de kade van Chateau-Porcien kiezen we een ligplaats voor de nacht. De volgende dag schijnt volop de zon maar de temperatuur komt niet hoger dan 21-22 graden. Kortom, fantastisch weer. We leggen bij Givry even aan om een stukje stokbrood te eten en varen dan door naar het leuke plaatsje Attigny, dat de laatste stop is voor de grote sluizentrap van Chesne. Dan moeten we over een totale afstand van minder dan 8 kilometer maar liefst 28 sluizen passeren, oftewel elke 300 meter een sluis. En we gaan bergopwaarts dus dat betekent hard werken om de boot goed aan de kant te houden, want het water kolkt met een rotgang de sluizen in.
Sluizentrap
We zijn gelukkig vroeg wakker en al vóór half negen gooien we los. Naar de sluizentrap is het ongeveer een uurtje varen. Eerst nog door twee sluizen aan de voet van de helling en dan begint de echte trap. Het is echt teamwork. Marcella staat zo hoog mogelijk op dek met de pikhaak om ver boven haar hoofd de landvast om de bolder te haken. Het verval in de sluizen bedraagt gemiddeld zo'n 3 meter en er zijn geen verhaalpotten. Bouke neemt de lijn dan over en Marcella haakt op de voorplecht een haak om het sluistrappetje als extra steun bij het schutten. Dan losmaken, motor starten, sluis uitvaren en meteen de volgende sluis weer invaren en opnieuw beginnen. Hier kan echt geen sportschool tegenop. We komen op de trap in totaal vier tegenliggers tegen, maar zelf schutten we alleen en dat komt de snelheid ten goede. We presteren het om al in 3 uur en 45 minuten boven te zijn, terwijl er in de boeken tussen de 5 en 7 uur voor staat. Na de laatste sluis is het nog maar een kilometer of twee naar het plaatsje Le Chesne, waar we blijven liggen om even bij te komen van alle vermoeienissen.
Na Chesne volgen we het prachtige Canal des Ardennes met z'n glooiende hellingen, mooie vergezichten en lieflijke dorpjes tot Pont à Bar. Daarna draaien we de Maas op. Een hele verademing om weer eens met een snelheid van 12 km/u op zo'n brede rivier te kunnen varen na wekenlang met 6 km/u te hebben getuft op smalle kanalen. Nog drie sluizen en dan zijn we in Charleville-Mézières. Daar blijven we tot maandag liggen. Dan varen we door richting Révin, maar het is zulk mooi weer dat we het om een uur of 14.00 al voor gezien houden en afmeren aan de over bij kilometerpaal 48, net voorbij het dorpje Laifour. Marcella gaat er heerlijk zwemmen.
Daarna blijven we de Maas volgen. Dinsdag kiezen we een ligplaats in het schilderachtige dorpje Villereux-Wallerand. Dat is onze laatste overnachting in Frankrijk. Woensdag gaan we de Belgische grens over en varen we door naarDinant.
Frankrijk deel 1
Frankrijk Deel 1
Als we donderdag 16/6 België verlaten, regent het. Het kanaal Nimy-Péronnes is een saai stuk zonder sluizen en vormt een ware anticlimax na de sensaties van de dag ervoor. De jachthaven van Péronnes is ook niet veel soeps en Nederlanders zijn er duidelijk niet erg geliefd. De volgende ochtend varen we eerst naar het nabij gelegen Antoing om diesel te tanken en boodschappen te doen. Vervolgens zakken we de Schelde af en passeren de Franse grens.
Schelde/Escaut
In eerste instantie wilden we de Sambre afvaren, maar die bleek nog steeds (al sinds 2006!) gestremd wegens langdurig restauratiewerk aan de sluizen. In plaats daarvan kozen we voor de Scarpe, een riviertje dat een beetje aan de Biesbosch doet denken. Maar helaas, die blijkt ook nog steeds gestremd wegens kapotte (lees: vervallen) sluizen en dus moeten we noodgedwongen de Schelde/Escaut maar volgen. Die is best mooi: breed met aan weerszijden beboste hellingen in alle schakeringen groen, maar ligplaatsen voor de pleziervaart zijn er niet of nauwelijks. Bij de sluis van Fresnes krijgen we een formulier met veel stempels waarmee we Frankrijk in mogen totdat we een vignet kunnen kopen in Douai. Het 68 m. lange Franse binnenschip 'Jonas' wordt vanaf hier ons nieuwe sluismaatje. De schipper is een goedlachse vent die meteen zegt dat we de komende sluizen mooi met hem samen kunnen schutten.
Nieuw reisplan
Op de kaart staat even voorbij Valenciennes een aanlegmogelijkheid, maar als we er aankomen blijkt de steiger verdwenen en de inham dichtgeslibd. Het is dan al het eind van de middag dus we besluiten er toch maar aan te leggen met behulp van de meegebrachte pennen in de grond. Dat gaat prima en de naastgelegen roeiclub heeft geen bezwaar dat we er de nacht blijven. Heerlijk rustig, midden in de natuur. Zaterdag varen we een stukje verder naar een betere ligplaats in Bassin Rond, even voorbij de sluis van Bouchain. 's Zondags nog steeds veel buien. We blijven lekker een dagje liggen en bestuderen opnieuw de kaarten of er niet een mooiere route te bedenken is, want de grote scheepvaartkanalen zijn ons te saai. We besluiten toch maar niet richting Douai en Lille te gaan, maar in plaats daarvan het Canal de St. Quentin af te zakken en dan via het Canal de l'Oise à l'Aisne en het prachtige Canal des Ardennes naar de Maas te gaan en vervolgens richting Luik en Maastricht. Dit is de achtste nieuwe routeplanning! We krijgen nu opnieuw een heleboel sluizen en lange tunnels, maar dat is leuk, dan hoeven we ons geen dag te vervelen.
Lange tunnel van Bellicourt
De eerste grote plaats op onze nieuwe route is Cambrai. Er is een leuke haven en we liggen vlak bij de douches, alleen blijkt helaas de boiler kapot, dus koud water, brrr. We slenteren door de stad, bewonderen het grote plein en drinken koffie op een terreasje. De volgende ochtend vertrekken we al om 8 uur omdat we op tijd bij het Souterrain van Bellicourt willen zijn: een bijna 6 kilometer lange tunnel waar schepen in konvooi doorheen getrokken worden met een elektrische sleepboot die zich langs een ratelende kabel voortbeweegt. Nergens hebben we oponthoud bij de sluizen dus we zijn tegen verwachting al om 14.30 uur bij de tunnel. Daar meren we af in afwachting van het konvooi van 17.00 uur. Er is inmiddels 1 plezierboot voor ons en 1 achter ons, maar geen grote binnenvaartschepen en dat scheelt. Een kwartier voor tijd komt de sleepboot en maken we de boten aan elkaar vast met gekruiste, 30 m. lange landvasten. De boot voor ons blijkt te worden bemand door een dronken Tokkie-familie met een schipper die absoluut niet kan varen. De man blijft voortdurend tegen de kant aan schuren en trekt ons op die manier mee. De bemanning van de sleepboot ziet het gelukkig en grijpt in, waarna de doortocht verder zonder problemen verloopt. Het duurt maar liefst 1 uur en 45 minuten voor we de tunnel weer uit zijn want het gaat met een slakkengangetje. Raar idee dat boven ons hoofd, op de top van de heuvel waar we doorheen varen, de Schelde ontspringt als klein kabbelend stroompje. Na de tunnel blijft het kanaal smal en als een paar Franse binnenvaartschepen ons tegemoet komen is er maar amper ruimte is om elkaar te passeren. Even na zevenen kiezen we een ligplaats bij Haucourt.
Saint Quentin en Chauny
De volgende ochtend passeren we de tweede, korte (1 km.) tunnel van Lesdins en varen door naar Saint Quentin. Het plenst van de regen en de vier laatste sluizen zijn in storing gevallen zodat reparateurs van de VNF de deuren met de hand voor ons moeten opendraaien. Maar ze blijven vriendelijk en vrolijk. De stad heeft een mooie haven én een internetverbinding, dus eindelijk kunnen we weer eens onze emails checken. Op het regiokantoor van de VNF kopen we ons vignet voor Frankrijk: 96 euro voor 30 dagen. Niet duur als je nagaat hoeveel sluizen je passeert en hoeveel gratis ligplaatsen er zijn aangelegd. We blijven nog een extra dagje in Saint Quentin en varen dan door naar Chauny. Daar kun je gratis aan de kade liggen, maar we kiezen voor de jachthaven want die heeft zowaar een wasmachine en droger en we kunnen er water tanken.
Berg op berg af
Berg op, berg af
In een gigantische bak met water een 68 meter hoge helling worden opgesleept en even verderop in een nog grotere bak 73 meter rechtstandig, in zes minuten (!), weer naar beneden. Deze waterbouwkundige wereldwonderen hebben wij met onze Billie Holiday beleefd. Wát een avontuur! Wie ooit in de gelegenheid is, moet er beslist eens even heen, want het is ongelofelijk indrukwekkend.
Bosco
Dinsdagochtend vertrokken we al vroeg uit de jachthaven van Brussel. Tot aan het Hellend Vlak van Ronquières moeten we zeven sluizen van elk 81 m. lang passeren. Voor de eerste sluis duurt het bijna 2 uur voordat wij aan de beurt zijn om samen met een niet te groot beroepsschip geschut te kunnen worden. Dat was de 68 m. lange St. Jean Bosco uit Schoten (Antwerpen). Met onze 9.5 meter konden we daar nét bij, maar het was heel krap. De schipper bleek gelukkig een geschikte vent, die steeds voorzichtig deed bij het uitvaren. Het ging soepel en we kregen goed kontakt. Bij de vierde sluis was de sluiswachter er op tegen om pleziervaart samen met beroepsvaart te schutten, en wilde ons daarom laten wachten tot er nog een paar kruisers zouden komen - vele uren later. De schipper van de Bosco wilde daar echter niet van horen. 'We schutten de hele tijd al samen, dat gaat goed, en ze blijven bij mij,' zo liet hij kortaf over de radio weten. Bij de sluizen daarna drukte hij eventuele tegenstand bij voorbaat de kop in door al bij het aanmelden te zeggen dat we samen door de sluis zouden gaan. 'Ici le St. Jean Bosco avec yacht,' hoorden we hem zeggen. Mooi dat het zo kan.
Ittre
De laatste sluis is die van Ittre met een verval van maar liefst 14 meter, maar gelukkig zijn er bewegende bolders, dus we schuiven makkelijk omhoog. Bij de sluiswachter moeten we ons met alle papieren melden en krijgen dan een formulier mee dat we bij de laatste sluis voor de Franse grens, Péronnes, weer moeten inleveren. De schipper van de Bosco vertelt dat we helemaal door kunnen varen naar de voet van het Hellend Vlak, waar we aan bakboord aan een lage kade kunnen liggen. Een gouden tip. We kijken er die avond onze ogen uit naar de grote schepen die in een enorme waterbak op een rails naar boven worden gereden.
Hellend Vlak van Ronquières
De volgende ochtend zijn we al voor 7 uur wakker en zien nog net de Bosco de bak invaren. Wij melden ons om 8 uur aan en krijgen de derde schutting van die ochtend toegewezen, samen met het binnenvaartschip Pouchet dat is afgeladen met oud ijzer. Het omhoog- en weer omlaagrijden van de bak duurt elke keer twee maal 45 minuten dus er is nog mooi tijd om naar de bakker en de slager te gaan in het dorpje Ronquières. Om 10.30 zijn wij aan de beurt. De bak is 83 meter lang dus we passen er makkelijk in met de 65 m. lange Pouchet. Twee Engelse kruisers mogen ook nog mee. We hebben enorme mazzel want direct daarna wordt het Hellend Vlak de hele verdere dag gestremd wegens reparaties.
Scheepslift Strépy-Thieu
Eenmaal boven volgt na ca. 5 kilometer de afslag naar het beroemde Canal du Centre. De vier oude scheepsliften uit het begin van de vorige eeuw zijn vervangen door de enorme nieuwe scheepslift van Strépy-Thieu. Daar worden schepen in een waterbak van 112 meter lang en 12 meter breed in slechts 6 minuten 73.15 meter rechtstandig omhoog of omlaag gebracht. Net zoals een personenlift in een gebouw, maar dan dus voor grote binnenschepen van meer dan 1000 ton. Als we vlak bij de lift zijn, komt ons een binnenschip achterop varen. We vragen toestemming om daarmee te mogen schutten en zien dan tot onze verbazing en blijdschap dat het de Bosco weer is. Zij hebben ondertussen hun lading gelost in Seneffe en zijn nu op de terugreis naar Antwerpen. De afdaling in de lift is spectaculair. Als we beneden zijn zien we heel hoog de sluisdeur zitten waar we kort daarvoor zijn ingevaren. Onvoorstelbaar dat het kanaal daar gewoon ophoudt en 70 meter later gewoon weer begint. We meren af aan een kade vlak voorbij de lift en lopen terug om het complex te bezichtigen. Daar zien we ook een indrukwkkende film over de totstandkoming van dit meesterwerk.
Brussel
Webrengen de pinksterdagen doorin de o zo sjieke Bruxelles Royal Yacht Club ofwel het BRYC.Het is weleen beetjevergane glorie, maar we liggendesondanks mooi 'op stand'!
Van Antwerpen naar Brussel is op zich maar een klein eindje varen maar de drie sluizen onderweg zorgen voor veel oponthoud. In verband met het tij op de Schelde liggen we alom 08.30 voor de Antwerpse Royersluis, maar moeten we een dik uur wachten voor we met de beroepsvaart mee kunnen schutten. De Wintamsluis laat tegenwoordig geen pleziervaart meer toe, zo blijkt (maar is nog wel het uitgiftepunt van het vaarwegenvignet voor de pleziervaart - Belgische logica??). We worden doorverwezen naar Klein Willebroek waar we wel doorheen kunnen maar dus geen vignet kunnen kopen.
Bij de grote zeesluis van Zemst moeten we weer een dik uur wachten voor we kunnen schutten. Er is geen speciale aanlegplaats voor de pleziervaart dus we moeten vastmaken aan een enorme meerpaal voor de beroepsvaart. Goddank staat er weinig wind, want omdat we maar aan 1 punt kunnen vastmaken draaien we alle kanten op. Uiteindelijk mogen we de sluis in. Die is maar liefst 207 meter lang en 25 meter breed, gemaakt voor grote zeeschepen. Maar er is vanwege de pinksteren niet of nauwelijks beroepsvaart, dus wij mogen er helemaal alleen in. Heel apart, zo'n notedopje in zo'n gigantische bak. We gaan ca. 8 meter omhoog en varen dan het laatste stukje naar Brussel. De bruggen openen gelukkig snel, dus we zijn om een uur of 16.00 in Brussel. Mooi op tijd.
De haven heeft een prachtig, uit 1930 daterend clubhuis. Ze hebben die avond kreeft op het menu staan voor maar € 14,50 en die verleiding kan Marcella niet weerstaan dus we gaan er heerlijk eten. De volgende dag pakken we de metro naar de stad en verkennen de gezellige Jacobswijk, bezichigen het stadhuis van binnen (schitterende wandtapijten), werpen een blik op het tegenwoordig aangeklede Manneken Pis, smullen van een patatje bij een echt Belgisch 'frietkot', drinken een pilsje op een van de vele terrasjes, en nemen dan de metro naar het Atomium, dat op loopafstand achter de jachthaven ligt. De bollen zijn prachtig om te zien en we laten ons verleiden die ook van binnen te bezichtigen, maar dat valt tegen. Het is er afschuwelijk druk en warm, dus we zijn blij als we tegen vijven weer buiten staan en terug naar de haven kunnen lopen.
Maandag gaan we andere delen van de stad bekijken en dinsdag varen we door naar Ronquières.
Antwerpen
Na ruim een maand in Schoonhoven te zijn gebleven (ietsje langer omdat we ook nog naar het feest van Walter en Attie wilden) zijn we maandag 6 juni eindelijk begonnen aan hetechte vaaravontuur. De eerste dag zijn we naar Willemstad gevaren, dinsdag door naar Tholen en woensdag kwamen we aan in Antwerpen.
Varen door die enorme zeehaven blijft een belevenis. Gelukkig ging het allemaal weer van een leien dakje en kwamen we al voor 1400 uur aan in het Willemdok. We lopen heel wat kilometers door de stad, bezoeken het Rubenshuis en het Diamantmuseum enrusten uit op de terrasjes. Morgen nog even naar de vrijdagmarkt en het nieuwe Museum aan de Maas, het MAS, bezoeken. Zaterdag varen we dan waarschijnlijk door naar Brussel waar we de pinksterdagen blijven. Daarna gaan we verder België en nog een stukje van Noord-Frankrijk verkennen en dan via Lille weer terug naar België.
Parijs moeten we dit keer helaas laten schieten omdat het toch teveel tijd gaat kosten. Volgend jaar dan maar weer! De Sambre blijkt ook afgesloten wegens de restauratie van een sluis, dus we moeten de route enigszins aanpassen. Ach, dat heeft ook wel wat. We zien wel waar we uitkomen.
Aande fotoserievan onze mooie, lieve kleindochter Audra (klik bovenin de balk op 'FOTO'S') hebben we inmiddels wat nieuwekiekjes toegevoegd. Het bekijken waard, 'zeker en vast' zoals de Vlamingen zeggen!
Audra Rosalind
Op zaterdag 21 mei 2011, 's avonds om 20.25 uur, is ons eerste kleinkind geboren. Het is een gezond, prachtig mooi meisje en ze heet Audra Rosalind.
Bouke en ik lopen naast onze schoenen van trots en de kersverse ouders Anton en Pushpa stralenvan geluk. Allemaal vreselijke clichés, maar het is écht zo. Daarnaast zijn ze natuurlijk ook dodelijk vermoeid, want het is wel wat hoor, opeens zo'n kindje erbij en 's nachts geen oog meer dicht doen.
Pushpa zou thuis bevallen maar toen de verloskundige ontlasting in het vruchtwater ontdekte moest ze alsnog naar het ziekenhuis in Gouda. Daar werden de weeën opgewekt en toen ging het snel. Ze heeft wel erg veel bloed verloren, dus zondagavond konden ze pas naar huis. De eerste nacht is Marcella bij ze gebleven om te helpen, nadat eerst de kraamzorg nog kwam om alles goed uit te leggen. Het ging allemaal hartstikke goed.
Het kwam heel mooi uit dat dit weekend juist Erwin en Tanja in Schoonhoven waren en zij dus zondag hun nieuwe nichtje ook nog net even konden bewonderen.
Bijgaand een paar foto's van Audra. We zullen jullie er niet mee overvoeren, maar zelf kunnen we er natuurlijk geen genoeg van krijgen!
Schoonhoven
3 mei 2011
We zijn gearriveerd in Schoonhoven. Dat vielnog niet mee, want door de extreem lage waterstand waren langs de Lek de sluizen tussen 12 uur 's middags en 6 uur 's avonds gestremd. We konden dus pas laat de rivier op maar waren toch om een uur of 8 in de haven van Schoonhoven. Hier blijven we liggen tot 5 juni. Met Anton en Pushpa en het kleintje in wording gaat alles prima!