Vaarvakanties met de Billie Holiday

Parijs tot Chateau-Thierry

Parijs
Onze acht dagen in Parijs zijn omgevlogen. We zien veel en we treffen het enorm met het weer: elke dag zon en ca. 23-25 graden. We zullen jullie niet vervelen met verhalen en foto's van de stad, want de meesten kennen Parijs net zo goed of beter dan wij. We beperken ons tot een verslag van het varen in de stad.

Tunnel onder de stad
We blijven eerst een paar dagen in de super centraal gelegen Port d'Arsenal. Zaterdagavond komen Olof en Sonja ons opzoeken. 's Maandags varen we met hun de 2,5 km lange tunnel in die onder de Place de la Bastille en de avenue Richard Lenoir doorloopt. Een geweldige ervaring. De tunnel is hoog en breed en wordt verlicht door luchtkoepels die boven de grond verdekt staan opgesteld in de bloemperken midden op de avenue. De planten die er overheen groeien, filteren het zonlicht dat op gezette afstanden de tunnel binnenstroomt. Het zorgt voor sprookjesachtig groen licht. Het is moeilijk voor te stellen dat boven ons hoofd het drukke Parijse verkeer zich een weg baant door de stad.

Canal St. Martin
Bij Place de la République komen we uit de tunnel en varen we verder door het Canal St. Martin. Via acht smalle en diepe sluizen stijgen we ca. 30 meter naar het bassin la Villette: een oude haven in de buurt van het Gare du Nord. Tegenwoordig is dit deel van de stad helemaal hip en de haven is prachtig aangelegd. De steiger ligt naast de Court waar de Parijzenaars 's middags komen jeu de boulen. Dat, in combinatie met de blauwe lucht, de zon en architectuur van de huizen rond de haven, geeft ons het idee dat we in de Provence zijn beland. Dinsdagochtend vertrekken de logees en donderdag 4 juni komt onze Londense vriendin Marcelle aan boord. We varen hetzelfde kanaal terug naar de Port d'Arsenal waar we onze (voorlopig) laatste nacht in Parijs doorbrengen en nog één keertje gaan eten bij het leuke restaurantje op het île St. Louis. Onze sluizenteller staat met het heen en weer varen op het Canal St. Martin inmiddels op 145.

Vrijdag 5 juni: Parijs – Lagny
Afstand 30 km. Sluizen: 4. Motoruren: 4.6. Weer: Zon, 18 graden.
We rekenen af bij de havenmeester (valt reuze mee: 20 euro per dag) en varen dan de Seine weer op. Bij Saint-Maur-des-Fossés, aan de oostkant van Parijs, gaan we de tunnel in van het kanaaltje dat een grote en ondiepe lus van de Marne afsnijdt. Meteen daarna wordt de omgeving landelijk. De Marne is een mooie rivier met aan de oevers veel luxe villa's. Aan het eind van de middag meren we af in het plaatsje Lagny, waar we de kerk uit de 13e eeuw bezichtigen. Die is beroemd vanwege het wonder dat Jeanne d'Arc hier verrichtte: een meisje dat al drie dagen dood was, werd door haar weer tot leven gewekt.

Zaterdag 6 juni: Lagny – Meaux
Afstand: 18. Sluizen: 3. Motoruren: 3.4. Weer: bewolkt en buien.
Een paar kilometer na Lagny maken we een tussenstop aan de bolderloze kade van de Jardin des Sculptures de la Dhuys. Ene Jacques Servières heeft uit de brokstukken van een in 1940 gebombardeerde brug geweldige beelden gehouwen. Ondanks de regen slenteren 'le' en 'la' de hele tuin door en genieten enorm van deze kunstwerken. Bij Chalifert varen we weer een tunnel door en pal daarna is er een heel hoog spoorviaduct voor de TGV. Jan en Immy proberen ons onderweg te ontmoeten, maar zijn telkens nét te laat. Uiteindelijk zien we ze vlak voor Meaux aan de oever staan. We kunnen daar aan de kant komen en Immy vaart een stukje mee naar de haven. Die is heel mooi aangelegd. Vrijwel alle plaatsen aan de steigers zijn al bezet maar met wat passen en meten lukt het ons een plaatsje te bemachtigen tussen alle grote jachten. We slenteren over de markt en bezichtigen de mooie kathedraal. Meaux is de hoofdstad van de Brie-regio dus we halen meteen een lekker groot stuk bij de Fromager.

Zondag 7 juni: Meaux
Vriendin Marcelle gaat al vroeg met de trein terug naar Parijs. Wij verkennen de stad en aan het eind van de dag komen Jan en Immy gezellig bijkletsen en gaan mee eten. Ze hebben er een omweg van 1000 km voor over gehad om ons op te zoeken. Jan neemt twee keer een volle jerrycan diesel voor ons mee, want onderweg kunnen we hier nergens tanken.

Maandag 8 juni: Meaux – Germigny-l'Évêque
Afstand: 13 km. Sluizen: geen!. Motoruren: 1.7. Weer: regen.
's Ochtends halen we eerst een paar boodschappen en nog een jerrycan met 20 liter diesel bij het pompstation aan de overkant. We vullen de watertank en omdat het weer niet echt florisant is besluiten we maar weer een eindje te gaan varen. We vertrekken tegen 11 uur en meren al om 12.30 af aan een oude brugpijler bij het villadorpje Germigny-l'Éveque. Als het droog wordt wandelen we het hele dorp door maar er blijkt niet één winkeltje te zijn. Gelukkig hebben we altijd wel wat noodrantsoenen aan boord dus we blijven lekker liggen. 's Avonds komt het Franse vrachtschip Phil-Ange ons voorbij: de vijde keer dat we hem ontmoeten sinds Compiègne! De schipper die eerst zo narrig deed, weet nu niet hoe snel hij z'n stuurhut uit moet komen om ons te begroeten.

Dinsdag 9 juni: Germigny - La Ferté-sous-Jouarre
Afstand: 31 km. Sluizen: 2. Motoruren: 4. Weer: half bewolkt, buien.
We vertrekken om 9 uur en stoppen om 10.30 in het plaatsje Mary-sur-Marne met het doel daar brood te kopen. Helaas, de enige bakker van het dorpje blijkt kort geleden z'n deuren te hebben gesloten. Nou ja, dan het restant brood van gisteren maar even opwarmen in het onvolprezen oventje. Even later ontmoetten we opnieuw de Phil-Ange. Er wordt over en weer enthousiast gezwaaid. In Saint-Jean-les-Deux-Jumeaux krijgen we weer een télécommandekastje voor de 10 geautomatiseerde sluizen die op de Marne nog zullen volgen en om 13.15 meren we af in La Ferté-sous-Jouarre. De mooie gemeentesteiger is nog helemaal leeg als we aankomen. Het weer klaart op en we gaan de stad in. We gaan allebei naar de kapper en pikken een terrasje. 's Avonds fikse buien.

Woensdag 10 juni: La Ferté-sous-Jouarre – Chateau-Thierry
Afstand: 40 km. Sluizen: 4. Motoruren: 4.9. Weer: halfbewolkt, buien.
Het weer houdt niet over dus we besluiten maar weer een stukje te varen. Na de sluis van Courtaron verandert het landschap: de beboste oevers maken plaats voor mooie vergezichten en bij Nanteuil zien we de eerste wijnhellingen van de champagne. Nog steeds varen we helemaal alleen. Af en toe komt de zon erdoor, maar na het middaguur stapelen de wolken zich weer op en begint het af en toe te miezeren. Bij Nogent l'Artaud zien we het mooie 'huis van de duivel' zoals de schippers het hier noemen. Om 13.45 meren we af aan de kade van Chateau-Thierry, de geboorteplaats van Jean de la Fontaine.

Naar Parijs!

Zondag 24 mei: Soissons – Compiègne
Afstand: 42 km. Sluizen: 6. Motoruren: 4.4. Weer: zon, 33 graden!
's Morgens vroeg is het al 16 graden en de temperatuur klimt snel op. We vertrekken om 9.15 uur. Bij Choisy-au-Bac verlaten we de Aisne en varen we aan BB de rivier de Oise op. Een brede rivier met aan de oevers hier en daar luxe villa's, mooie tuinen en veel treurwilgen. De beroepsvaart neemt toe, maar het is lang niet zo druk als we gedacht hadden. Misschien ook een gevolg van de economische crisis? Bij Carandeau, de laatste sluis vóór Compiègne, wordt het télecommande-kastje weer ingenomen. Vanaf hier tot Parijs zijn de sluizen bemand. Na de spoorbrug moet volgens de Navicarte van Picardië aan BB een jachthaven zitten. We letten goed op en toch varen we er bijna voorbij omdat de ingang half verstopt zit achter de bomen. Als we er binnenvaren zijn we meteen verliefd op het haventje. Een beschutte kom waar maar zo'n 50 boten inpassen en de 'capitainerie' is een klein wit huisje. Vlak voor de deur vinden we een ligplaats en zodra we afgemeerd zijn pakken we onze spullen om te gaan douchen. Inmiddels is het 33 graden! Er is een oud badkamertje met ietwat schimmelig behang maar het sanitair is schoon. Bovendien blijkt er een wasmachine en droger te zijn! Meteen dus maar weer een was gedraaid, terwijl Bouke een nieuwe pakking snijdt uit het stukje rubber dat we in Pont à Bar gekregen hebben. Liggeld is vrijwillig. In ruil voor een kleine bijdrage aan de clubkas krijgen we een mooi vaantje. Als het 's avonds een beetje afkoelt maken we een lange stadswandeling door het mooie Compiègne.

Maandag 25 mei: Compiègne

Het is drukkend warm: alweer 33 graden. 's Morgens lijkt het even te gaan regenen dus we besluiten het chateau in de stad te gaan bezichtigen. Kost niks en we dwalen zomaar op eigen houtje anderhalf uur rond door de schitterende zalen van de Napoleons. 's Middags is de lucht strakblauw. We halen de vouwfietsen uit het ruim en fietsen naar het ca. 18 km. verderop gelegen Rethondes waar in het bos van Compiègne de wapenstilstand van de eerste wereldoorlog is getekend. De treinwagon waarin dit gebeurde is onderdeel van het indrukwekkende Musée d'Armistice op dit bijzondere kruispunt in het bos. 's Avonds barst er een enorm onweer los, 's nachts gevolgd door een zware hagelbui en slagregens.

Dinsdag 26 mei: Compiègne – Isle Adam
Afstand: 70 km. Sluizen: 6. Motoruren: 6.9. Weer: bewolkt, 16 graden.

's Morgens weer gauw naar de bakker en om 8 uur gooien we de trossen weer los. Het is bewolkt en flink koeler. Na de eerste brug van Compiègne is er aan SB een drijvend pompstation en scheepswinkel. Twee binnenvaartschepen zijn ons voor, dus het duurt even voordat wij de tank vol kunnen laten gooien. We kopen er meteen de enige nog ontbrekende waterkaart van onze route: de nummer 1 van de Seine. Om 9.15 gaan we door de sluis en dan begint het te regenen. Nou ja, dan maar wat langer doorvaren vandaag. De rivier wordt breder en er is weer meer beroepsvaart. Ook de sluizen zijn nu aanzienlijk groter: 185 x 12 meter! Om 16.30 meren we af in Isle Adam, een gezellig stadje waar Parijzenaars graag hun weekenden doorbrengen. Er is een prachtige aanlegsteiger maar die heeft slechts plaats voor twee boten. Gelukkig is de steiger nog leeg als wij komen. Later meert de Zweedse zeilboot Castor Spica uit Gothenburg, die we ook al in Soissons tegenkwamen, er ook af. Aan de wal zien we enorme muskusratten, die brutaal blijven zitten als er mensen aankomen.

Woensdag 27 mei: Isle Adam – Chatou
Afstand: 52 km. Sluizen: 2. Motoruren: 5.5. Weer: bewolkt, 16 graden.

Om 8.50 varen we weg en worden uitgezwaaid door de Zweden. Hoewel de barometer omhoog is geschoten en zon voorspelt, blijft het de hele dag koud en bewolkt. Bij Conflans mondt de Oise uit in de Seine (Conflans komt net als Koblenz van het woord confluence: samenstroming). Het stadje is een soort Rotterdam in het klein. Alles staat in het teken van de binnenvaart. Het ziet er Mediterraans uit en de péniches liggen er vier tot vijf rijen dik langs de kade afgemeerd. We hadden er een overnachting gepland maar nu we Parijs zo dicht genaderd zijn, gunnen we ons geen rust meer en willen verder. Om 11.30 varen we de Seine op. Dat is kicken! Het is een heel brede rivier maar tot onze grote verbazing super rustig. We komen maar drie binnenschepen tegen. We hebben nu na lange tijd weer stroom tegen en af en toe moeten we verplicht 'blauw' varen: aan de verkeerde kant van de rivier. Maar ook dat went snel. Om 14.00 uur passeren we de sluizen van Bougival. Voor het eerst sinds Chesne stijgen we weer: 3.50 m. Om 14.30 u. meren we af aan de kleine steiger van Chatou. Jonge knullen springen van de hoge brug in het koude water, maar worden al snel door de politie bekeurd. Aan het eind van de dag wordt het wel druk met beroepsvaart die voor veel golfslag zorgt. Maar om 19.00 uur sluiten de sluizen en wordt het rustig. Hemelsbreed is het maar een paar kilometer naar Parijs, maar omdat de Seine zo slingert is het met de boot nog wel een eindje varen.

Donderdag 28 mei: Chatou - Parijs
Afstand: 45 km. Sluizen: 2. Motoruren: 5.2. Weer: bewolkt, 15 graden.

Haar in model, lippen gestift, nagels gelakt - dekknecht Marcella is er helemaal klaar voor. We gaan naar Parijs en dat zal Parijs weten ook! Het is goed half negen als we wegvaren van de steiger in Chatou. Volgens de barometer zitten we nog steeds midden in een hogedrukgebied en wordt het heel zonnig, maar in werkelijkheid is en blijft het grijs, grauw en koud. De Seine wordt nu saai, met veel industrie. In het begin varen we urenlang helemaal alleen, maar dichter bij de stad wordt het langzaam wat drukker met de scheepvaart. Na de spoorbrug van Asnières zien we de hoogbouw van La Défense opdoemen. Om 11.45 passeren we de sluis van Suresnes, naast het Bois de Boulogne. We stijgen opnieuw meer dan 3 meter en er is weinig houvast, maar dit is onze 128ste sluis dus we redden het prima. Het begint nu zacht te regenen terwijl de barometer maar naar zon blijft wijzen. Grrr! Er liggen hier veel woonboten en we passeren zelfs een vastgegroeide en bemoste Superfavorite. Als we om 12.30 onder de pont d'Issy doorvaren doemt opeens de Eiffeltoren op. Zomaar uit het niets.

Varend door Parijs!
Het voelt heel onwerkelijk dat we nu echt zelf, op eigen kracht, Parijs binnenvaren. Het ene fotomoment na het andere dient zicht aan: Eiffeltoren, vrijheidsbeeld, Louvre, Musee d'Orsay.... Dit is echt ongelofelijk mooi, nóg mooier dan we dachten. We hebben een grijns van oor tot oor. Mensen staan op de vele rondvaartboten en de bruggen enthousiast naar ons te zwaaien, nemen foto's en sommigen steken hun duim omhoog. We komen ogen tekort en eigenlijk gaat het veel te snel. Verderop komt het île de la Cité al in zicht! Nog een paar bruggen, gauw foto's nemen van de Notre Dame en dan gaat de camera aan de kant want alle hens moeten weer aan dek. Aan de overkant is het sluisje van de port de plaisance d'Arsenal: de jachthaven van Parijs. We meren af aan de wachtsteiger en melden ons via de intercom. Vrijwel meteen gaan de sluisdeuren open. We stijgen weer ca. 2.5 meter en dan varen we de haven binnen. De vriendelijke havenmeesteres geeft ons een mooi plaatsje: box 117, tegenover de douches en bijna naast het metrostation Bastille. Et voilà, nu op een draf naar het eerste het beste terras!

Afstand tot Parijs: 926 km. Sluizen: 129. Motoruren: 120.2.

P.S.
We blijven een week in Parijs. Daarna varen we via de Marne (door de Champagnestreek) naar Metz en dan via de Moezel en de Rijn terug naar Nederland, waar we waarschijnlijk medio juli weer zullen aankomen. Af en toe zullen we nog wat van ons laten horen, maar niet meer zo vaak. Ons hoofddoel is immers bereikt! Heel hartelijk dank voor jullie warme belangstelling en lieve reacties. Het spijt ons dat we jullie niet allemaal persoonlijk een berichtje terug konden sturen, maar na thuiskomst halen we de schade in! Dikke tút, Marcella en Bouke.

Van Révin tot Soissons

Maandag 18 mei: Dames de Meuse – Charleville
Afstand: 35 km. Sluizen: 6. Motoruren: 5. Weer: Zon

's Ochtends worden we wakker van de vogels, de zon en een zacht 'klonk, klonk' van golfjes tegen de romp, veroorzaakt door een péniche (Franse spits) die uit tegengestelde richting door het sluisje komt. Het werkt dus weer! Met een kopje koffie zitten we aan dek te genieten van de vrije natuur. In de wijde omtrek geen mens te bekennen. Het is bladstil en er stijgt een lichte damp op van het water. Om 8.45 schutten we door het sluisje en varen langs de 'Rochers des Dames de Meuse”: een ongelofelijk mooi stuk van de Maasvallei in de Franse Ardennen. Onderweg trekken we veel bekijks. Menig Fransman vormt een 'o' met duim en wijsvinger ten teken dat onze mooie Favoritekruiser gewaardeerd wordt. Daar zijn we natuurlijk heel trots op. De natuur blijft de hele weg prachtig en om 14.00 uur zijn we al in Charleville Mézières. We kiezen een ligplaats in de moderne passantenhaven. Charleville staat bekend als de hoofdstad van de Franse Ardennen en als wereldhoofdstad van de Marionetten. Beroemd is het Place Ducale. Een mooi plein, met natuurlijk volop terrasjes.

Dinsdag 19 mei: Charleville

De barometer gaat flink omhoog, de zon schijnt en het is 23 graden. 's Morgens gauw even het beddengoed en wat kleren wassen en op de fiets wat boodschappen halen. 's Middags lopen we naar Mézières aan de andere kant van de Maas en bezichtigen de basiliek met de mooie ramen van Dürbach.

Woensdag 20 mei: Charleville – Chesne
Afstand: 45 km. Sluizen: 9. Motoruren: 6.1. Weer: zon, 23 graden.

We staan vroeg op want we hebben veel sluizen voor de boeg en het is een aardig eindje varen. Om 08.10 varen we de haven al uit, maar bij de sluis van Mézières moeten we bijna een half uur wachten voor wij geschut kunnen worden. De sluiswachter vertelt dat de volgende sluis gestremd is omdat daar een fiets van een huurboot in het water is gevallen. Die hadden ze op dak gelegd en niet vastgebonden. Foutje.. Gelukkig wordt de fiets er vrij snel uit gedregd, dus de vertraging valt mee. Er staat hier nauwelijks stroom en dat scheelt een stuk. Het is heerlijk rustig. Bij Nouvion sur Meuse komt een vrachtboot van de andere kant en is er maar nauwelijks ruimte om te passeren. Als hij voorbij is zien we achterop 'Leeuwarden' staan en zij zien ons 'Twellegea'. Fryslân boppe! We zwaaien tot we de bocht om zijn. Verderop drijven kadavers van kalveren in het water. Ongelukje of gedumpt? Na Dom le Mesnil slaan we rechtsaf het Canal des Ardennes in en om 12 uur zijn we bij Pont à Bar. Daar tanken we. De pakking van de dieselolietank lekt en Bouke wil een stukje van een oude binnenband om zelf een nieuwe pakking uit te kunnen snijden. De vriendelijke garagehouder begrijpt de bedoeling en komt met het juiste stukje rubber aanzetten. Nu nog vijf geautomatiseerde sluizen (lang leve de télecommande) en dan zijn we om vier uur in Chesne.

Donderdag 21 mei: Chesne – Rethel
Afstand: 34 km. Sluizen: 32 (!). Motoruren: 7.8. Weer: zon, 22 graden.

Vandaag is D-Day: na elke dag steeds verder te zijn gestegen komen we nu bij de grote sluizentrap van het dal van Montgon, waarbij we d.m.v. 26 sluizen 75 meter gaan dalen. Het is mooi weer, dus het dakje gaat er weer af. Om 9 uur zijn we bij de eerste sluis. De sluiswachter noteert onze gegevens en we moeten onze geliefde télecommande, de afstandsbediening, inleveren. Hierna gaat alles automatisch. We varen de sluis uit en meteen de volgende sluis in. Het verval bedraagt steeds ca. 3 meter. Twee of drie sluizen achter elkaar, dan een paar meter niets en dan weer twee of drie. Helaas kronkelt de 'trap' zodat je geen overzicht krijgt van de totale hoogte, maar het is een feestje om dit mee te maken. We gaan als een tierelier: sluis uit, sluis in. Op internet hadden we gelezen dat het handig is om tevoren koffie te zetten en broodjes te smeren, want daar heb je tijdens dit constante schutten geen tijd voor. Gouden tip! We doen de trap in de recordtijd van 4,5 uur en zijn dus al om 13.30 beneden bij Semuy. Dan volgen nog twee sluizen kort op elkaar en zo komen we al vroeg bij Attigny. Daarna volgen over een afstand van 20 kilometer nog 4 sluizen. Die zijn ook automatisch, maar nu moeten we ze bedienen door te draaien aan een lange stok die boven het water hangt. In de sluizen nog steeds de vertrouwde blauwe stang om het schutten te starten. Om 16.30 meren we af aan de kade in Rethel. Kort daarna komt er een onweersbui maar daarna klaart het weer op.

Vrijdag 22 mei: Rethel – Berry au Bac
Afstand: 42 km. Sluizen: 8. Motoruren: 5.7. Weer: zon, 24 graden.

De zon schijnt en we vertrekken al om 8 uur. Om 8.30 schutten we door de sluis van Acy Romance: de honderdste van onze reis! Bij de sluis van Nanteuil sur Aisne werkt de draaistang niet, maar toevallig passeert net iemand van de VNF en die bedient 'm voor ons. Het is een schitterende tocht. Voorbij Asfeld gaan we het Canal Latéral d'Aisne op. We zijn de enigen op het water en varen lekker langzaam. We zien veel libelles en zelfs een ijsvogeltje. Veel vissers langs de kant en we ontmoeten bedevaartgangers onderweg naar Santiago de Compostella. De sluis van Pignicourt werkt met een elektronisch oog in plaats van met de draaistang. We varen een paar keer heen en weer maar het oog ziet ons niet. Gebeld met het controlecentrum in Berry au Bac en binnen een kwartier is er een mannetje, ondanks dat het lunchtijd is. Om 15.00 liggen we afgemeerd in Berry au Bac: de hele kade voor ons alleen en het mooiste weer van de wereld.

Zaterdag 23 mei: Berry au Bac – Soissons
Afstand: 49 km. Sluizen 6. Motoruren: 5.3. Weer: zon/halfbewolkt, 23 graden.

's Morgens zon en een strakblauwe lucht. Marcella gaat al vóór half acht een baquette halen bij de bakker om de hoek en even over achten schutten we door de sluis van Berry au Bac. Daar krijgen we een nieuw télecommande-kastje voor de sluizen op onze vervolgroute. Bij Celles gaat het kanaal over in de rivier de Aisne. Onderweg een paar mooie dorpjes. We komen nu ook meer beroepsvaart tegen. Alles gaat verder voorspoedig en het is nog geen twee uur als we afmeren aan de kade van Soissons. Daar blijken alle voorzieningen pas medio juni open te gaan, dus de douche waar we ons zo op verheugd hadden, moet nog een dagje wachten. We kunnen hier watertanken maar er zit geen kraan aan de leiding. We hebben de wereld aan koppelstukken bij ons, doch hiervoor is een heel apart verbindingsstuk nodig. In de stad vinden we na een eind lopen een bricolage en een aardige winkelmeneer heeft precies wat we zoeken voor maar 80 cent. Morgen gaan we naar Compiègne en donderdag of vrijdag hopen we in Parijs te zijn!

Van Maastricht tot Révin

De laatste dagen waren er problemen met de server en/of met mobiel internet, waardoor we geen verhalen en foto's konden uploaden. Nu zijn we in Charleville en hebben we een fantastische verbinding, dus er is weer nieuws!

Dinsdag 12 mei: Maastricht

Overal in Nederland is het mooi weer, alleen in Maastricht regent het. Tijd dus om de emails te checken en de reacties op de website te lezen. Allemachtig, wat een leuke reacties allemaal. Hartelijk dank lieve mensen! Na thuiskomst zullen we met jullie allemaal weer eens uitgebreid bijpraten. Verder de tijd maar gebruikt om wassen te draaien. Aan het einde van de middag komt de zon er een beetje door en gaan we de stad in. Lekker een terrasje gepikt op het Vrijthof en er ook gegeten. Morgen zouden Wout en Hannie bij ons aan boord komen en donderdag meevaren naar Luik, maar we zeggen de afspraak af omdat we een flinke misrekening in de tijd hebben gemaakt. De sluizen zorgen voor veel meer oponthoud dan we dachten. We willen het liefst langzaam varen en elke dag al rond vier uur een ligplaats hebben zodat we nog wat kunnen lopen en fietsen, en dat betekent dat we elke dag onderweg zullen zijn om op tijd in Parijs te zijn. Maar dat is niet erg want we tuffen rustig en genieten onderweg enorm van het uitzicht en de plaatsjes waar we door komen.

Woensdag 13 mei: Maastricht – Huy (Hoei)
Afstand: 58 km. Sluizen: 4. Vaaruren: 7.7. Weer: zon, 21 graden.

Om 9 uur gaan we door het sluisje van 't Bassin en varen de Maas op. Er staat een sterke stroom van wel 7 km per uur, dus we komen niet zo snel vooruit. Om 10.30 zijn we bij Ternaaien (Lanaye) en we worden al snel geschut. We gaan door de grote sluis. Veertien meter omhoog is behoorlijk indrukwekkend, maar het gaat gesmeerd. Marcella had van tevoren gezegd dat het haar dun door de broek zou lopen bij zo'n hoge sluis en dat is ook bijna het geval. Alleen komt dat niet van de zenuwen maar van de niet zo jofele tonijnsteak die ze gisteren in Maastricht heeft gegeten. Bij de sluis tonen we onze internationale bootpapieren en dan varen we zomaar in België. De sterke stroom is een nieuwe tegenvaller. Het is al bijna half vier als we Luik voorbij zijn en door de sluizen van Fémalle gaan. We hebben geen marifoon (sinds 1 januari wel verplicht in België!) maar de sluiswachter knippert met het groene licht ten teken dat wij voor onze beurt naar binnen mogen, omdat er naast een groot binnenschip nog net een plaatsje vrij is. Om 18.00 komen we aan in Huy. De haven ligt pal tegenover de kerncentrale maar ach, we zijn op doorreis.

Donderdag 14 mei: Huy – Namen
Afstand: 36 km. Sluizen: 2. Vaaruren: 4.1. Weer: zon, 23 graden.

We vertrekken om 9 uur. Het industriegebied laten we achter ons en de omgeving wordt nu steeds mooier. Om 11.30 passeren we de sluis van Andenne en om 13.30 komen we uit de sluis bij Namen. Daar is het een oorverdovend lawaai van toeterende tractors. Lange rijen, op alle bruggen en zover het oog strekt, van demonstrerende boeren die naar het Waalse parlement in Namen rijden. We blazen het “wij gaan door met de strijd” op de scheepshoorn en worden met enthousiaste armzwaaien door de boeren begroet. Om 14.00 liggen we afgemeerd aan de passantensteiger. We sluiten de boot af en gaan meteen de stad in. Eerst de citadel natuurlijk beklimmen, een kopje koffie drinken en het uitzicht bewonderen en dan door het centrum slenteren en een terrasje pikken. 's Avonds begint het (hard) te regenen, maar als het later weer droog wordt lopen we nog een heel eind door de stad.

Vrijdag 15 mei: Namen – Dinant
Afstand: 28 km. Sluizen: 5. Vaaruren: 3.8. Weer: bewolkt en regenachtig, 17 graden.

Het havenkantoor gaat pas om 10.00 uur open, dus we gebruiken de ochtend om de boot binnen en buiten schoon te maken. We willen tanken, maar de bediende kan de sleutel niet vinden. Uiteindelijk kunnen we pas om 10.30 vertrekken. Dan moeten we ook nog vrij lang wachten voor de sluis, zodat we pas om goed 11 uur op weg zijn. De Maas wordt nu steeds mooier, maar helaas komen we ook steeds meer drijfhout en andere rotzooi tegen. Soms moeten we slalommen tussen de grote takken, stronken tot zelfs hele bomen aan toe. De oorzaak blijkt een eindje verderop: ze zijn aan het baggeren en woelen alles los. Aan de oevers prachtige villa's en mooie kerkjes. Om 15.45 komen we aan in Dinant. Het regent, maar tussen de buien door hebben we genoeg tijd om de stad te bezichtigen en boodschappen te doen.

Zaterdag 16 mei: Dinant – Givet
Afstand: 23 km. Sluizen: 4. Vaaruren: 3. Weer: zon, harde wind.

We vertrekken om 9 uur en genieten van een geweldig mooie route door de Ardennen. Elke bocht van de rivier is weer anders: een mooi chateau of een klein dorpje, brede dalen of hoge rotsen, beboste hellingen – alles is even mooi. Om 12 uur varen we onder het hoge viaduct van Heer door en passeren we de Franse grens, Bij écluse 59 “les 4 cheminées” kopen we het vignet voor vier weken varen op de Franse waterwegen. Dat kost bijna 100 euro maar we krijgen daarvoor ook de afstandsbediening waarmee we onderweg zelf de automatische sluizen in werking kunnen stellen. Om 13.00 zijn we in Givet en we besluiten hier te overnachten. Het is een leuk plaatsje en we doen boodschappen bij de plaatselijke bakker en slager voor het ultieme Franse vakantiegevoel. 's Avonds is er op de rivier, vlak voor onze neus, een grote rampenoefening van brandweer, politie en ambulance. Het begint te regenen en de barometer zakt naar 995. Marcella probeert een nieuw verslag op de website te zetten, maar om de een of andere reden werkt die niet.

Subtotaal tot Franse grens: 469 km, 61.8 vaaruren, 41 sluizen.

Zondag 17 mei: Givet – Les Dames de Meuse
Afstand: 42 km. Sluizen: 10. Vaaruren: 6.6. Weer: regen.

Wat is wijsheid? We waren van plan vandaag in Givet te blijven liggen en een fietstocht te maken. Maar het regent pijpenstelen. Blijven we aan boord en gaan we een boekje lezen? Of gaan we toch maar varen en zien we zo nog wat van de omgeving? We besluiten het laatste, mede omdat de Duitse buren ook vertrekken en we dan tegelijk op kunnen varen; dat scheelt in de wachttijd voor sluizen. Om even over negenen gooien we los. Bij het sluisje van Trois Fontaines moeten we vrij lang wachten, maar om 9.45 worden we geschut en meteen daarna varen we een 1200 meter lange pikdonkere tunnel in. Een geweldige ervaring! Aan het einde moeten we nog door het sluisje van Ham en om 10.20 varen we weer op de Maas. De extra lange landvasten van 20 en 30 meter die we hebben meegenomen, blijken geen overbodige luxe te zijn. In de sluizen liggen de bolders hoog en ver van de kade muur, maar met de pikhaak kunnen de landvasten er mooi omheen worden gelegd. Waar we ook blij mee zijn, zijn de zeilhandschoenen tegen de viezigheid en voor extra grip, en de speciale sluishaak die de watersportwinkelier ons had aanbevolen. We krijgen nu ook voor het eerst te maken met de automatische sluizen. Het blijkt een ingenieus en heel simpel systeem. Alles gaat vlot tot we om 11.20 bij de sluis van Montigny komen. Er is wrakhout tussen de deuren geraakt en hij slaat op dubbel rood: storing. We bellen de nummers die op de kaart staan maar die blijken buiten gebruik te zijn. Gelukkig komt er een half uur later toch een mannetje van het VNF die de sluis handmatig voor ons bedient. Het is al na twaalven als we uit de sluis komen en dan breekt de zon door. We besluiten in het leuke plaatsje Haybes af te meren en daar alsnog die geplande fietstocht te gaan maken. Maar als we in Fumay zijn begint het weer te miezeren. We keren terug en starten de motor: dan maar doorvaren naar Révin. In Révin moeten we na de sluis opnieuw door een tunneltje. Pal daarna zou er een passantenhaven moeten zijn, maar we zien 'm niet en voor we het weten komen we alweer bij de volgende sluis. Nou ja, dan maar doorvaren naar Laifour. Maar bij sluis 48 met de welluidende naam “Les Dames de Meuse” houdt het op: ook op storing en geen hulp voorhanden. Aan de overkant is gelukkig een stukje oever zonder stenen en daar meren we af met behulp van de meegenomen spitten. Ook de loopplank van tante Aat bewijst nu goede diensten.

Heusden tot Maastricht

Donderdag 7 mei: Heusden – 's Hertogenbosch
Afstand: 14 km. Sluizen: 1. Vaaruren: 1.7. Weer: zon. Windkracht 4.

Voor het eerst kunnen we het rustig aan doen. Bouke vervangt het brandstoffilter en dan op het gemak boodschappen doen in pittoresk Heusden en diesel tanken bij een bunkerschip. Daar kopen we ook een nieuw brandstoffilter als reserve. Dan naar Den Bosch – een afstandje van niks. Om ca. 13.00 zijn we in de stad en vinden we een ligplaats in de passantenhaven langs de stadswallen. We maken een lange stadswandeling en een prachtige rondvaart over de Binnendieze, dwars door en onder de stad. Natuurlijk moeten we ook even langs het station waar Marcella is geboren. 's Avonds smullen we van de asperges die we 's ochtends in Heusden hebben gekocht.

Vrijdag 8 mei: 's Hertogenbosch

Mooi weer. We bezoeken 's morgens de Jeroen Bosch-tentoonstelling en fietsen 's middags lekker met de wind in de rug over een slingerdijkje langs de Maas op weg naar Kerkdriel waar we Bert en Julia bezoeken.

Zaterdag 9 mei: 's Hertogenbosch – Sluis 10 Zuidwillemsvaart
Afstand: 44 km. Sluizen: 6. Vaaruren: 7.6. Weer: halfbewolkt/zon.

Vol goede moed beginnen we al om half negen aan de tocht over de Zuidwillemsvaart met de vele sluizen en denken optimistisch dat we Nederweert zullen halen. Nee dus, bij lange na niet. De sluizen zorgen voor veel oponthoud en op zaterdag schutten ze maar tot 16.00 uur. De sluizen 4, 5 en 6 worden vernieuwd en verplaatst en er is een tijdelijke constructie van damwanden en grote roestige palen die ver uit elkaar staan, berekend op beroepsvaart. Bij sluis 5 gaat het even fout en komen we dwars te liggen, maar de enige schade is gelukkig een bladdertje verf van de preekstoel. Om 15.40 zijn we bij sluis 10 en melden ons daar, maar de sluiswachter wil kennelijk vroeg naar huis want hij doet net alsof hij ons niet hoort. Om 15.50 gooit hij de sluis op dubbel rood. Gelukkig hebben we goede spitten bij ons, dus we kunnen een klein eindje terug afmeren langs de graswal. Bij deze sluis, t.h.v. Boomen, wordt een nieuw viaduct gebouwd en vanavond worden de betonnen elementen van elk 86 ton op z'n plaats gelegd. Een imposante operatie waar veel mensen naar komen kijken. Wij liggen eerste rang.

Zondag 10 mei: Sluis 10 – Heel
Afstand: 32 km. Sluizen: 5. Vaaruren: 4.1. Weer: zon, 22 graden.
Misschien had de sluiswachter een schuldig geweten want hij schut ons al om 8.45 uur: een kwartier voor de officiële openingstijd. We schieten lekker op en zijn tegen één uur bij de grote sluis van Panheel, met een verval van 6,8 meter. Maar het is duidelijk dat we Maastricht voor sluitingstijd van de sluizen niet meer kunnen halen en in het Julianakanaal zijn nergens aanlegmogelijkheden, dus onze tocht eindigt vandaag hier. In een grindgat zijn mooie aanlegplaatsen en het is er heerlijk rustig. Zonnebrand uit de kast, koel drankje, goed boek – dit is vakantie!

Maandag 11 mei: Heel – Maastricht
Afstand: 36 km. Sluizen 4. Vaaruren: 5.3. Weer: regen
Dit wordt spannend. Bij Maasbracht moeten we door de grote sluis met een verval van maar liefst 12 meter! Als we boven zijn en achterom kijken, zien we hoe hoog we nu liggen. Een stukje verderop is er bij Born nog zo'n joekel. Even diep ademhalen en gaan met die banaan. De sluis van Maasbracht is eng omdat we tegelijk moeten schutten met een enorme gastanker en er voor ons nauwelijks nog plaats is, maar de sluis bij Born 'nemen' we als volleerde binnenschippers. In de sluis raken we aan de praat met de (Friese) schippersvrouw op de grote duwboot waar we naast liggen. Voor ons een groot binnenvaartschip uit Bratislava. Veel (grote) scheepvaart op het Julianakanaal maar het water is desondanks vrij rustig. Alles gaat voorspoedig en om 14.15 uur gaan we door het sluisje van het Bassin en liggen we in de historische binnenhaven van Maastricht. Daar blijven we tot woensdag. Daarna volgt de grootste sluis, namelijk die van Ternaaien: 14 meter!

De stand tot nu toe: 324 km, 43.2 vaaruren, 26 sluizen.

Lemmer tot Heusden

Maandag 4 mei: Lemmer – Muiden
Afstand: 75 km. Sluizen: 2. Vaaruren: 8. Weer: halfbewolkt. Windkracht: 5.
We varen al om 07.20 weg uit Lemmer in de hoop dat er 's ochtends wat minder wind zal staan, maar dat valt flink tegen. We vertrekken met windkracht 3, bij de sluis (de eerste van deze reis!) wordt het al 4 en op het IJsselmeer geeft het weerstation windkracht 5 aan. Dat is goed te merken. We klappen op de golven. Soms gaat het zo te keer dat de scheepsbel uit zichzelf begint te luiden. Maar we hebben alles goed zeevast gezet, dus gelukkig gaat er niets kapot. Om een uur of twaalf zijn we bij de Houtribsluizen van Lelystad. We denken dat het daarna op het Markermeer wel rustiger zal zijn, maar komen opnieuw bedrogen uit. Als we om 16.00 aankomen in Muiden zijn we best moe. We krijgen een mooie (maar dure!) ligplaats bij de Stichtingshaven van Muiden. Aan de ene kant kijken we de koningin in de kont (nou ja, de Groene Draeck dan..) en aan de andere kant is het Muiderslot. Nichtje Nicole komt ons opzoeken en gaat gezellig mee eten bij Ome Ko.

Dinsdag 5 mei: Muiden – Nieuwegein
Afstand: ca. 55 km. Sluizen: 4.Vaaruren: 8. Weer: bewolkt en buien.
Om 08.10 schutten we door de sluis van Muiden en varen we rustig de Vecht op. We bewonderen de prachtige buitens en theekoepels en passeren de ophaalbrugjes van Loenen, Vreeland en Breukelen. Tegen half drie zijn we in Utrecht. Dan begint de geweldige tocht door de binnenstad, met alle terrasjes langs de kelders aan de gracht. Puur genieten. Het begint hard te regenen als we de sluizen langs het Amsterdam-Rijnkanaal passeren. Omdat het zo druk is in de stad vanwege de bevrijdingsfeesten varen we uit veiligheidsoverwegingen door naar Nieuwegein waar we hebben afgesproken met Anton en Pushpa. We eten bij een superlekker tandoori-afhaaltent.

Woensdag 6 mei: Nieuwegein – Heusden
Afstand: 47 km. Sluizen: 4. Vaaruren: 6.3. Weer: bewolkt.
Opnieuw vroeg dag. We vertrekken om 08.15 uur maar krijgen te maken met oponthoud want de bruggen over het Merwedekanaal blijken tussen 8 en 9 niet te draaien. Verderop is er bovendien nog een brug waarvan de intercom niet werkt. Maar een telefoontje naar de bedieningscentrale biedt uitkomst. Gorkum is een verrassing: heel leuk om doorheen te varen. En de diepe, smalle sluis is echt een pronkje. Het oversteken van de Lek is al een hele ervaring maar de Waal is pas écht spannend. Er is druk scheepvaartverkeer waar wij met ons notendopje tussendoor moeten manoeuvreren om veilig over te steken. Het gaat gelukkig goed. De afgedamde en Andelse Maas zijn rustig en als de zon gaat schijnen wordt het meteen warm. Helaas gaat de motor opeens raar doen: vuil in het brandstoffilter, waarschijnlijk losgekomen door het wilde stampen op het IJsselmeer. Omdat het ook al later begint te worden, besluiten we niet door te varen naar Den Bosch maar te overnachten in Heusden. Aankomst: 15.45 uur. We ontmoeten andere Super Favoriters en gaan gezamenlijk een wijntje drinken aan de haven.

It giet oan...

Het is zo ver. Vanmiddag om 12.30 gooiden we de trossen los en begon ons grote vaaravontuur. Door de stromende regen is het 'pitch & putt”-toernooi afgelast en daardoor konden wij een dag eerder dan gepland vertrekken. Het waait behoorlijk. We liggen nu met de “Billie Holiday” bij de sluis van Lemmer. Pier en Mieke komen even op de koffie. Morgenochtend vroeg, als het wat rustiger weer is, steken we het IJsselmeer over naar Muiden. Daarna gaat de route over de Vecht naar Utrecht en dan via het Merwedekanaal naar Heusden en 's Hertogenbosch.

De voorbereidingen zijn begonnen

Vandaag zijn Bouke en ik met vlag en wimpel geslaagd voor het examen Vaarbewijs I .

Laughing
We hebben meteen alle papieren op de post gedaan in de hoop dat we op tijd het internationale certificaat zullen ontvangen dat we nodig hebben om in Frankrijk te mogen varen.
Maandag is de boot uit de winterstalling gekomen, dus we kunnen beginnen met schoonmaken en inruimen. We zijn van plan om 4 mei te vertrekken en denken begin of half juli terug te komen. De geplande route gaat via Maastricht, Luik, Namen en Compiègne naar Parijs en dan via Metz, Trier, Cochem, Koblenz, Bonn, Keulen en Düsseldorf terug naar Friesland. Dus we varen o.a. over de Maas,Oise, Seine, Marne, Moezel, Rijn en IJssel.Onderweg beleven we allerlei avonturen: meer dan honderd sluizen,een paartunnels, een sluizentrap van 26 'treden' en een scheepslift. Dus ook de 'bemanning' hoeft zich niet te vervelen! We zullen regelmatig een verslagje en wat foto's op deze site zetten zodat jullie ongeveer weten waar we zitten en wat we zoal beleven.